‘Ongeveer acht jaar geleden ben ik afgestudeerd als ergotherapeut. Twee jaar geleden heb ik de overgestapt gemaakt van werken in de ouderenzorg in Amsterdam naar Purmerend. Ik woon daar samen met mijn man en twee meiden. De doelgroep waar ik mee werk spreekt me erg aan. Ouderen zijn vaak blij met de kleinste dingen, zoals een schroefje dat je even aandraait. En het is zo mooi als je ze kan helpen bij een stukje meer vrijheid en zelfredzaamheid. Mijn cliënten voelen zich vaak niet meer zo belangrijk, omdat ze al op leeftijd zijn. Dat zeggen ze zelf ook vaak: ‘ah nou ja, dat is niet belangrijk, dat komt wel.’ Maar ook al ben je oud, je mag er zijn! En dus regel ik de juiste voorziening, zodat diegene weer naar buiten kan en een rondje in de tuin kan rijden, bijvoorbeeld. Of dat de familie van een cliënt blij is omdat het dankzij duwondersteuning goed te doen is om de rolstoel naar het centrum te rijden. ‘Het was fijn om mijn vader mee te nemen naar het stadje,’ krijg ik dan terug. Dat vind ik leuk. En het is zo belangrijk. Lekker naar buiten, even een terrasje pakken, sociale contacten…’

Fysieke belasting
‘Op het moment dat mensen bij ons binnenkomen, weet je dat thuiswonen echt geen optie meer is. Mensen wonen tegenwoordig immers zo lang als mogelijk thuis, met hulp. Daardoor is de zorgvraag van deze doelgroep groter en complexer, dat zie je heel duidelijk. Het maakt dat ons werkt verandert, absoluut. Het wordt niet alleen voor de cliënt zwaarder, maar ook voor de zorgprofessional. Voor mij als ergotherapeut merk ik een duidelijke verschuiving in de focus naar een adviserende rol, bijvoorbeeld als het gaat om het gebruik van de juiste hulpmiddelen. Tijdens mijn opleiding hebben we wel het een en ander geleerd over fysieke belasting, en hoe ergonomie daar een rol in kan spelen, maar in mijn werk is dit nu dagelijkse koek.’

Mentale ondersteuning
‘Ik denk dat veel mensen onderschatten wat er bij werken in de ouderenzorg komt kijken. Een groot gedeelte heeft misschien toch dat beeld dat je in een verpleeghuis werkt waar ouderen lekker worden verzorgd. Dat is een achterhaald beeld, helaas. Ik kom op gesloten afdelingen waar bijvoorbeeld mensen met dementie zitten. Dat is soms best heel pittig. Voor cliënten zelf, voor hun familie of bekenden, maar ook voor mij als ergotherapeut. Gelukkig heb ik een collega die psycholoog is en me van goede tips en adviezen kan voorzien.’

Echt contact
‘Ik vind het contact met en naar mijn cliënten belangrijk. Ik probeer me zo open en eerlijk mogelijk op te stellen en doe mijn best om contact te maken. Dat zit ‘m vaak in kleine dingen. Bijvoorbeeld iemand in de ogen aankijken, of een hand op een schouder leggen. En als een cliënt in een rolstoel zit maak ik me vaak even wat kleiner. zodat ik niet boven hem of haar sta. Letterlijk en figuurlijk.’

Samenwerken met Kersten
‘Met Kersten werk ik vooral samen omtrent Wlz-rolstoelen. Voor mensen zijn dat gewoon hun benen; superbelangrijk dus. Als ergotherapeut weet ik veel van de cliënt, maar weinig van rolstoelen. Ja, ik weet wat er in de markt beschikbaar is en wat je op een bepaalde rolstoel kan. Maar Martin, jullie adviseur, is expert op dit gebied. Ik laat me dan ook graag door hem adviseren, zodat ik de rolstoel alleen nog maar hoef aan te vragen. ‘Kijk eens hoe hij in een gewone rolstoel zit,’ zeg ik dan tegen hem, ‘wil je met me meedenken wat een goede oplossing zou zijn?’ Hij weet precies waar hij het over heeft en ziet of een armsteun anders moet, of dat er toch een ander type stoel moet worden ingezet. Heel fijn dat ik daar niet over na hoef te denken; Martin neemt me echt werk uit handen. En dat is geen overbodige luxe, want de werkdruk is hoog en ik ben de enige ergotherapeut binnen onze stichting.’

De rol van hulpmiddelen
‘Hulpmiddelen maken ons werk, en het leven van onze cliënten, makkelijker. Ze dragen bij aan minder fysieke belasting, voor beide partijen. Ik werk met verschillende organisaties samen om de juiste hulpmiddelen in te zetten en de fysieke belasting naar beneden te krijgen. Je moet jezelf ook blijven bijscholen. Wat kan verlichting bieden zodat het werk minder zwaar wordt? Wij maken bijvoorbeeld veel gebruik van een Fourwayglide: dit is een systeem waarbij je mensen met lussen makkelijker kan draaien. Dat gepiel met glijzeilen is daardoor verleden tijd. En ik las bijvoorbeeld net dat er een tillift met elektrische accu op de markt is gekomen, waardoor zo’n lift makkelijker verrijdbaar is. Ja, dan is mijn interesse gewekt en onderzoek ik of het mogelijk is om dit uit te proberen.’

Persoonsgerichte benadering
‘Wat ik heel fijn aan Kersten vind is de persoonsgerichte benadering. Als ik de naam van een bewoner noem weten ze precies om wie het gaat. Er komen hier vaak dezelfde monteurs: Kevin en soms Jasper. Zij kennen de bewoners en maken dan een praatje met hen, en soms een grapje. Verder weet ik: als adviseur heb ik Martin. Hij kent de bewoners ook en weet wat er het beste kan worden ingezet als iemand achteruitgaat. En als ik jullie telefonist of telefoniste spreek, ik krijg altijd Marjan of Dani aan de lijn, weten ze precies om welke rolstoel het gaat. Dat is zo fijn! De vorige leverancier waarmee ik werkte was groot. De adviseur was vaak dezelfde, maar de monteurs en de mensen eromheen waren dat niet. Het feit dat jullie team waarmee ik werk klein en vast is, vind ik ontzettend fijn.’

Meer handen aan het bed
‘Er zijn genoeg dingen die ik binnen de zorg zou veranderen. Maar ja, waar begin je? In ieder geval zijn er meer handen aan het bed nodig, ook omdat een zorgmedewerker hierdoor tijd heeft om met de bewoner een spelletje te spelen. Of een fotoalbum door te bladeren. Het gebeurt wel, maar te weinig. Er is simpelweg onvoldoende tijd. En ik zou het imago van werken in de ouderenzorg willen oppoetsen. Ik werk nu bijvoorbeeld met een stagiair, hij is 19 jaar en volgt de opleiding ergotherapie. ‘Ik vind het zo leuk om met ouderen te werken,’ zei hij me laatst. Grote kans dat hij door deze ervaring later met ouderen gaat werken. Mensen die worden opgeleid hebben vaak het gevoel dat er veel meer gebeurd in een ziekenhuis of revalidatiecentrum. Ouderenzorg wordt denk ik toch als saai en eentonig gezien, terwijl het tegendeel waar is. De zorg is hier zoveel complexer geworden, en daarmee ook uitdagender en afwisselender. Verder zou ik alle zorgmedewerkers die aan het bed staan, zoals diegenen die vroeger bejaardenverzorger waren en nu meemoeten in alle veranderingen, meer geld toewensen. Dat verdienen ze.’